| Ooggetuige in Iran |
| donderdag, 05 november 2009 09:45 |
|
Door alle commotie rondom het nucleaire programma van Iran is er nog maar weinig aandacht voor de systematische schending van mensenrechten. Het Westen voert stevige onderhandelingen met Iran over haar nucleair programma. Deze onderhandelingen dienen als bliksemafleider voor een andere, wellicht nijpendere, kwestie: de systematische schending van de mensenrechten door het regime van president Ahmadinejad. De president regeert met ijzeren vuist om de regie in handen te houden. Redacteur ter plaatse Huib de Zeeuw over het lot van enkele Iraanse dissidenten. De Nederlandse regering wil het niet tot executies laten komen. Minister Verhagen van Buitenlandse Zaken roept Iran op om het vonnis van de drie ter doodveroordeelden Iraniërs te herroepen. Deze werden opgepakt tijdens de demonstraties die spontaan werden georganiseerd na de frauduleuze verkiezingswinst van Ahmadinejad op 12 juni waardoor hij opnieuw tot president werd benoemd. Tijdens deze demonstraties was ik in Iran. Met honderdduizenden Iraniërs liep ik mee met deze stille protestmarsen die begonnen op het Enqelab (revolutie) plein en eindigden op het Azadi (vrijheid) plein. Ik herinner mij nog goed de opwinding, de hoop, maar zeker ook de angst van gewone Iraniërs. De leuzen op de Universiteit van Teheran, makbar dictator (dood aan de dictator) werden door de politie beantwoord met het afschieten van traangasgranaten. Hoestend en met betraande ogen vluchten we naar een veiligere plek. “Geen water gebruiken”. Ik hoor het een student nog zeggen. Hij heeft vaker met dit bijltje gehakt. De dichte rook moet niet met water, maar met sigarettenrook verdreven worden. Buiten bereik van traangas blazen studenten de rook in elkaars opgezwollen ogen waardoor het gezichtsvermogen weer terug komt. Een paar houden het voor gezien: te gevaarlijk. De meeste studenten weten echter van geen ophouden. Maar niet alleen studenten trotseren de angst. Een dwarsdoorsnede van de Iraanse bevolking protesteert een paar dagen achtereen tegen de verkiezingsfraude. Zowel ouders, sommige met kinderen op hun nek, maar ook oudere Iraniërs die mank lopen vanwege hun opgelopen verwondingen tijdens de Irak- Iranoorlog (1980-1988). De vraag is nu: wat is er nog over van deze hoop op verandering? Zat iedereen er naast die deze ‘groene revolutie’ vergeleek met de islamitische revolutie van dertig jaar geleden toen er een einde kwam aan het bewind van de sjah? Dit lijkt het geval nu drie Iraniërs ter dood zijn veroordeeld. Maar eigenlijk had het regime een week na de verkiezingen de touwtjes alweer grotendeels in handen. Dat werd duidelijk toen ayatollah Ali Khamenei op 19 juni in het vrijdaggebed ondubbelzinnig de demonstraties verbood. Op hetzelfde universiteitsterrein waar twee dagen eerder traangas werd geschoten op studenten stond de hoogste leider van het land pal achter de herkozen president. Een week later tijdens het vrijdaggebed op 26 juni, geleid door de conservatieve geestelijke Khatami (niet te verwarren met oud-president Khatami, een belangrijke leider binnen de oppositiebeweging) werden de consequenties zeer duidelijk. De conservatieve geestelijke betitelde de leiders van het protest als mohareb ‘zij die oorlog voeren tegen God’. Dit betekent in het islamitische recht: de doodstraf. Gestreepte pyjama’s
De doodstraf tegen de drie Iraniërs kan in dit licht worden bezien. Tegelijkertijd is ook presidentskandidaat Mehdi Karoubi aangeklaagd. Hij behoort samen met Mousavi, de andere verliezer van de verkiezingen, tot de oppositiekrachten. Wanneer zelfs deze belangrijke geestelijke, die vertrouwenspersoon was van ayatollah Khomeini- de oprichter van de Islamitische Republiek Iran-, wordt aangeklaagd, dan is er duidelijk sprake van een grote zuivering. Iedereen die kritiek heeft, of heeft gehad, vormt een gevaar voor de zittende macht en wordt verwijderd. Ook journalisten moeten vrezen voor hun veiligheid. De Islamitische republiek staat bekend als de ‘ergste gevangenenbewaarder van journalisten’. Volgens cijfers van Reporters Sans Frontières (NGO die strijdt voor persvrijheid) zitten er drieëntwintig journalisten gevangen. Zo zorgt de Islamitische republiek ervoor dat de informatievoorziening over Iran langzaam opdroogt. Er zijn nog maar een paar journalisten actief in het land. Door huisarrest is hun werk echter lange tijd bijna onmogelijk geweest. Eén van de journalisten die lang heeft vastgezeten is de Canadese Iraniër Mazair Bahari. Vanaf 21 juni zat deze gelauwerde documentairemaker en verslaggever voor Newsweek opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis, zonder toegang tot zijn advocaat. 17 oktober werd de journalist tegen betaling van 300.000 dollar op borgtocht vrij gelaten, zo kan hij de geboorte van zijn kind in Londen meemaken. Op 1 juli ‘bekende’ Bahari ‘onjuist en partijdig’ te hebben bericht over de situatie in Iran. Zijn verklaring luidde: ‘westerse media zijn een integraal onderdeel van de kapitalistische machine van westerse liberale democratieën. Een westerse journalist die naar Iran komt is voornamelijk bezig met de belangen van het westen’. Het past geheel in de lijn van de Iraanse autoriteiten die de demonstraties na de verkiezingen omschreven als een complot van westerse media. Niet alleen de journalist Bahari heeft een bekentenis voor Irans Revolutionaire rechtbank moeten afleggen. In gestreepte pyjama’s verklaarden een honderdtal andere aangeklaagde journalisten en hervormingsgezinde leiders, waaronder voormalige ministers, ‘een poging (te) hebben gedaan om een fluwelen revolutie op te zetten’. Verkrachting Mehdi Karoubi wordt aangeklaagd vanwege zijn beschuldigingen over verkrachtingen in Iraanse gevangenissen. Voor een speciale rechtbank voor geestelijken moet hij zich verantwoorden. Karoubi bracht naar buiten dat arrestanten, zowel mannen als vrouwen, op beestachtige wijze zijn gemarteld en verkracht. Een belangrijke bron van Karoubi is ex-gevangene Ebrahim Sharifi. Hij heeft zijn verhaal onder meer verteld in het actualiteitenprogramma Nova. Door in de media te spreken over zijn marteling en verkrachting, hoe vernederend ook, heeft Sharifi de Iraanse regering gedwongen tot een onderzoek. Het Iraanse bewind heeft – volgens het rapport – geen fouten gemaakt. De schuldigen zijn individuele bewakers in één specifieke gevangenis. Zij hebben gemarteld en zijn per direct ontslagen. Maar de verkrachting wordt door de autoriteiten ontkend. Niettemin bevestigde een parlementscommissie dat enkele gevangenen weldegelijk verkracht zijn. |



