| Obama en Niebuhr |
| zaterdag, 21 november 2009 21:30 |
|
Twee jaar geleden betitelde Barack Obama de Amerikaanse theoloog Reinhold Niebuhr als zijn favoriete filosoof. Synthese zet de belangrijkste boeken op een rijtje.
Reinhold Niebuhr (1892-1971) was een veelzijdig persoon. Naast kerkelijk leider en theoloog, was hij ook publicist en activist. Zijn intellectuele invloed gold tussen de jaren twintig en de jaren zestig van de vorige eeuw. De Niebuhriaans theologie droeg bij aan de verdere ontwikkeling van het liberaal protestantisme in de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van de Council On Foreign Relations, de onafhankelijke denktank van Amerikaans buitenlands beleid. Hiernaast was hij adviseur van de State Department, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Behoed u voor het collectief! In Moral man and immoral society (1932) stelt Niebuhr dat collectieve belangen tot stand komen wanneer het individu zijn beperkingen erkent. Het individu beseft dan namelijk dat hij de wereld om zich heen alleen niet kan veranderen, omdat hij gebonden is aan de structuur van de samenleving. Zodoende wordt hij aangetrokken door bepaalde groepen in de samenleving die claimen grootse doelen te kunnen bereiken. Door zich bij een dergelijk collectief aan te sluiten, heeft het individu een vehikel om zijn stempel op de wereld te drukken. Niebuhr verklaart hiermee waarom mensen zich bij religies aansluiten. In gemeenschappelijkheid streeft men een hoger ideaal na. Geloof in dit ideaal verdoezelt het besef van de individuele tekortkomingen. Dezelfde reden brengt mensen ertoe om revoluties en oorlogen beginnen. Maar het is ook de drijfveer waarom naties het wereldkampioenschap voetbal willen winnen. Het is makkelijker voor het individu om zich bij een collectief met idealistische doeleinden aan te sluiten dan te accepteren dat de wereld niet maakbaar is. De Niebuhriaanse gedachte stelt dat mensen op zoek zijn naar erkenning en dat vinden bij het collectief. Ieder collectief gaat een strijd aan met andere collectieven en het winnende collectief kan zijn wil aan de samenleving opleggen. Niebuhr typeert de leiders van collectieven als roofvogels. Zij misbruiken de enthousiaste volgzaamheid van hun aanhangers om de utopische doeleinden van het collectief blind te laten nastreven. Volgens Niebuhr kent de loyaliteit van individuen aan hun collectief geen grenzen. Een voorbeeld is patriottisme, een sterke vorm van groepsloyaliteit die herhaaldelijk door politici misbruikt wordt wanneer zij imperialistische doeleinden middels oorlogsvoering nastreven. Het is opmerkelijk dat Niebuhr zijn vertoog over de werking van collectieven al uitbracht voordat in Europa de kwalijke gevolgen van het nazisme en het fascisme direct zichtbaar waren. Christelijk realisme Niebuhr voorziet in The children of light and the children of darkness (1946) een middenweg tussen naïef idealisme en cynisch realisme. Niebuhr moest niets hebben van het optimistische wereldbeeld dat voortkwam uit het verlichtingsdenken en wordt aangehangen door idealisten. Hoewel hun doctrines onderling verschillen, houden liberalen, communisten, utilitaristen, libertariërs en moderne liberale protestanten, er volgens Niebuhr eenzelfde denkwijze op na. Zij geloven allen dat de wereld door hun idealen getransformeerd kan worden in een staat van universele harmonie. Volgens Niebuhr zien de idealisten niet in dat een staat van universele harmonie nooit bereikt kan worden. De reden hiervoor legt Niebuhr bij de innerlijke strijd van ieder individu tussen goed en kwaad. Ook in een communistische heilstaat of in een libertair paradijs, zal de mens blijven toegeven aan de zonde. De door idealisten gepropageerde eindstaat waarin al het menselijk conflict ten einde komt, is volgens Niebuhr onhaalbaar omdat het individu zelf constant onderhevig is aan innerlijk conflict. Daarnaast is de loop van de geschiedenis helemaal niet te sturen, laat staan dat de huidige loop van de geschiedenis door individuen te bevatten is. Niebuhr wijst cynisch realisme af als alternatief voor het liberaal optimisme. Volgens realisten komt macht voort uit kracht en is de sociale wereld een strijd van ieder voor zich. De cynische realisten geloven dat een natie zich aan deze strijd moet overgeven. Dat maakt hen volgens Niebuhr de belichaming van het kwaad. Deze cynische realisten begrijpen in tegenstelling tot de naïeve idealisten wel dat eigenbelang de drijfveer is van sociaal handelen. Hierdoor hebben zij gebruik kunnen maken van de goedaardigheid van de idealisten om hun eigen cynische wereldbeeld op de samenleving op te leggen. Zodoende heeft Stalin gebruikt gemaakt van het communisme, Napoleon van het liberalisme, en graaiers in het bedrijfsleven van de utilitaristische notie dat egoïsme ten dienst staat van het maatschappelijk belang. Als alternatief voor naïef idealisme en cynisch realisme, bepleit Niebuhr christelijk realisme. Niebuhriaans christelijk realisme erkent dat eigenbelang de drijfveer is van individueel en collectief handelen. Zij wijst de idealistische denkwijze af die het individu ziet als instrument in het bereiken van een bepaalde samenlevingsvorm. Niebuhriaans christelijk realisme ziet het individu daarentegen zelf als einddoel. Zij is immers constant onderworpen aan de innerlijke strijd tussen goed en kwaad. Het overwinnen van de verleiding om aan zonde toe te geven, is voor ieder individu een levenslange strijd. Niebuhr publiceerde de Children of light direct na de Tweede Wereldoorlog. Het liberale optimisme van de achttiende en negentiende eeuw was weggevaagd door de gruwelen van de twintigste eeuw. Er heerste een klimaat van onzekerheid en Niebuhr presenteerde het christelijk realisme als alternatief voor de toekomst. Destijds was de notie onder Amerikanen wijdverbreid dat de VS als taak had andere naties bij de hand te nemen en te begeleiden naar een op Amerikaanse leest geschoeide staatsinrichting. Deze overtuiging kwam voort uit het sterke geloof van Amerikanen in special providence; het idee dat God de VS speciaal had uitgekozen als alternatief voor het goddeloze Europa, om in Zijn wensen te voorzien. Niebuhr verzette zich tegen deze notie omdat iedere natie een eigen versie van special providence heeft en helemaal niet zit te wachten op paternalistische begeleiding van de VS. Pas wanneer de VS bereid was om op gelijke voet met andere naties samen te werken zou zij effectief zijn op het internationale toneel, aldus Niebuhr. Niebuhr waarschuwt ook voor een te groot zelfvertrouwen als supermacht omdat dit zou leiden tot het geloof dat de VS de geschiedenis aan haar zijde heeft. Hierdoor zou de VS overtuigd raken dat haar handelen altijd gerechtvaardigd is en het lot in haar voordeel kan ombuigen. Niebuhr stelt echter dat geen enkele natie de toekomst kan regisseren. Dit zelfvertrouwen zal tot de foute veronderstelling leiden dat de VS richting kan geven aan een richtingloos bestaan. Niebuhr waarschuwt expliciet voor preventieve oorlogsvoering als middel hiertoe, een opmerkelijke boodschap in het licht van de Irak oorlog. De Koude Oorlog was in alle hevigheid bezig toen Niebuhr stelde dat de VS voornamelijk een bedreiging vormde voor zichzelf, dan dat het bedreigd werd door andere naties. Door niet kritisch te kijken naar het eigen handelen en geen nederigheid te tonen tegenover het verloop van de geschiedenis, zou de VS de wereld als haar eigen maakbaarheidproject benaderen. Dit zou desastreuze gevolgen hebben voor de vrijheid van individuen binnen en buiten de VS. Wederom bleek Niebuhr een visionair met een boodschap die werkelijkheid werd in de jaren na publicatie. Men hoeft hierbij alleen maar te denken aan de slachtoffers van de Vietnam oorlog en van het McCarthyism. Vanaf het eerste moment veroordeelde Barack Obama de Irak oorlog. Hiermee keerde hij zich tegen het naïef idealisme van zijn voorganger dat de wereld maakbaar is naar Amerikaans model. Als presidentskandidaat benadrukte hij consequent dat de VS nederigheid zou moeten tonen jegens het vermogen om de internationale werkelijkheid naar haar wensen om te buigen. Daarentegen sprak hij zich uit voor samenwerking op gelijke voet met andere naties op het internationale toneel. Tijdens de campagne waarschuwde Obama herhaaldelijk voor cynisme als reactie op het beleid van Bush wat ertoe zou leiden dat de VS zich naar binnen zou keren en puur naar haar eigenbelang kijkt. Als president heeft Obama toespraken gegeven in alle uithoeken van de wereld; onder andere Straatsburg, Praag, Cairo, Moskou en Accra. Tevens stuurde hij een videoboodschap aan het Iraanse volk. In die toespraken benadrukt hij consequent, in lijn met Niebuhriaanse principes, de feilbaarheid van de VS en hij roemt het eigen, unieke, verhaal van die landen. Hij pleit ervoor om gezamenlijk met andere landen, op gelijke voet, internationale problemen aan te pakken. In een toespraak in mei 2009 aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, benadrukte Obama zijn geloof in de zondeval en de continue strijd van het individu om de neiging tot het kwade te overkomen. In de Niebuhriaanse gedachte zal de sociale wereld altijd gekenmerkt worden door conflict, immers ieder individu is geneigd tot het kwade. Uiteindelijk is Niebuhriaanse buitenlandse politiek daarom niet gericht op het voor altijd oplossen van problemen, maar licht de nadruk op hoe deze problemen benaderd moeten worden. Obama kiest hierbij voor de Niebuhriaanse principes van gezamenlijk optreden op basis van onderling respect. Dat is een verschil van 180 graden met het beleid van zijn voorganger; een beleid dat leidde tot oorlog en een internationaal klimaat van spanning. In het licht van deze redenering is de keuze om Obama de Nobelprijs voor de Vrede te geven een logische keuze. Het gaat immers niet om de utopische overtuiging dat een president alle conflicten in de wereld voorgoed kan beslechten. Het gaat erom hoe deze problemen te lijf worden gegaan; zonder internationaal overleg, of middels internationale consensus voortkomend uit wederkerig respect. Obama kiest voor het laatste en opent daarmee een nieuw hoofdstuk in het Amerikaanse buitenlands beleid.
Thijs Bogers |


