| Interview met Kees van Oosten |
| donderdag, 12 november 2009 09:40 |
|
Wanneer de betrokken burger lucht krijgt van overheidsfalen; actievoerder Kees van Oosten en zijn gevecht tegen de bureaucratie. Politici zijn dol op betrokken burgers. Dat wil zeggen, zolang die betrokken burgers het met hun voorgenomen beleid eens zijn. Zodra de betrokken burger zich tegen het beleid keert, blijft van het oorspronkelijke enthousiasme weinig over. Synthese sprak met Kees van Oosten, die in zijn strijd voor, onder andere, betere luchtkwaliteit in Utrecht veel tegenwerking ondervindt. Deliberatieve democratie: hét middel tegen een te machtige en controlerende overheid. Burgers mogen tegenwoordig over alles meepraten en meebeslissen want alleen op deze manier kan de overheid haar acties nog legitimeren. In de huidige complexe samenleving, heeft de overheid immers niet meer het monopoly op kennis en macht. Er is een steeds grotere bewustwording van de verscheidenheid aan actoren in besluitvormingsproces. Problemen in de maatschappij moeten gezamenlijk opgelost worden, omdat oplossingen anders te veel weerstand opwerpen en gedoemd zijn te mislukken. Daarom juicht de overheid het natuurlijk van harte toe, dat iedereen zich actief met haar taak bemoeit. Toch? Ook de Gemeente Utrecht is de noodzaak tot burgerparticipatie niet ontgaan. Op allerlei manieren wordt geprobeerd bewoners te betrekken bij de besluitvorming. Met wisselend succes overigens. Zo leverde het referendum voor de benoeming van de nieuwe burgemeester in 2007 een treurige opkomst van 9 procent op. Gelukkig is er nog hoop voor Utrecht: Kees van Oosten. Als rechtshulpverlener begeleidt hij al jaren mensen die in de privésfeer geraakt worden door een bestuurlijk besluit bij hun bezwaren en beroepen.. De afgelopen jaren is hij zich meer gaan inzetten voor zaken waarmee hij het algemene publieke belang in de stad Utrecht probeert te dienen. Sinds 2005 heeft hij zich vooral hard gemaakt voor de luchtkwaliteit in Utrecht. Met grote bouwprojecten als het nieuwe stationsgebied en de verbreding van de A2, wil de gemeente de eisen die de Europese Unie aan de luchtkwaliteit stelt, voor het gemak nog wel eens buiten beschouwing laten. Maar Van Oosten laat de gemeente hier niet zomaar mee wegkomen. Keer op keer toont hij aan dat de berekeningen van de luchtkwaliteit die de gemeente zelf en door ‘onafhankelijke’ onderzoeksbureaus had laten uitvoeren, gemanipuleerd en onjuist waren. Rekenfoutjes die grote delen van de Utrechtse bevolking meerdere jaren van hun leven kunnen kosten. En dus stapt hij naar de rechter. Wat zal de gemeente blij zijn geweest, Van Oosten deed immers precies wat met deliberatieve democratie beoogd wordt. Politieke spelletjes en geknoei met cijfers Rechters blijven een rotsvast vertrouwen houden in de wetenschappelijke inzichten en rekenmethodes die de gemeente er op na houdt. Er worden immers bekwame en onafhankelijke onderzoeksbureaus ingezet door de gemeente. Van Oosten ziet dit anders: "Onderzoeksbureaus zijn bereid echt elke leugen op te hangen, zo lang ze er maar voor betaald worden". Volgens Van Oosten zijn veel berekeningen duidelijk onzin en is het onmogelijk dat rechters dit niet inzien. Toch worden zijn argumenten weggewuifd. Het bestuursrecht verandert volgens Van Oosten in "een afpoeierprocedure, een circus dat wordt opgebouwd om de burgers het idee te geven dat er naar hen geluisterd wordt maar dat eigenlijk volstrekte onzin is." Van tegenwerking tot onbedoelde medewerking Gelukkig lacht het leven Van Oosten ook wel eens toe. Laatst ontving hij, per ongeluk, van een ambtenaar gegevens over het salaris van een extern ingehuurde adviseur waaruit bleek dat de ‘coördinator luchtkwaliteit’ in kwestie de gemeente in een paar jaar tijd al een slordige 1,4 miljoen euro had gekost. De hele Utrechtse politiek was in rep en roer. 1,4 miljoen voor een coördinator luchtkwaliteit en de duurste advocaten zijn allemaal geen probleem voor de gemeente. Maar Van Oosten kost de gemeente met zijn rechtszaken en de daarmee gepaard gaande vertragingen in de bouwprojecten wel veel geld. Van Oosten pareert: "De gemeente is zonder mijn hulp ook prima in staat om voor vertraging te zorgen." Kees van Oosten geeft aan te willen stoppen met de juridische procedures tegen de gemeente Utrecht. Zijn vertrouwen in het rechtssysteem - en de mensen in het systeem - is zodanig beschadigd dat hij er geen heil meer in ziet om op deze manier te werk te gaan. Heeft de gemeente dan toch haar zin gekregen en kunnen ze in Utrecht eindelijk opgelucht ademhalen? Nee. Van Oosten geeft niet zomaar op. Hij gaat zich nu richten op het mobiliseren van burgers en het beïnvloeden van de publieke opinie. Volgens Van Oosten is dit de enige overgebleven manier om de gemeente op haar knieën te krijgen. Over de vraag of dit haalbaar is, is Van Oosten onzeker. Er heerst weliswaar een grote onvrede over en wantrouwen tegen de overheid onder burgers maar het is de vraag of men bereid is deze gevoelens om te zetten in actie. Er zijn op dit moment maar een handjevol mensen in Utrecht die zich inzetten tegen de dwalende overheid. Desondanks is de onverschilligheid van de rest van de bevolking voor van Oosten geen excuus om te stoppen. Hij vindt dat hij op moet komen voor mensen die dat zelf niet kunnen: " Ik heb een kleinzoon van anderhalf, als ik denk in wat voor wereld hij later terecht komt […] Als er geen lastpakken zoals ik meer zijn, kunnen ze helemaal gewoon hun gang blijven gaan". De manier waarop er in Utrecht met de luchtkwaliteit en met mensen wordt omgegaan gaat Van Oosten duidelijk aan het hart. Daarom staat er al weer een nieuw project in de startblokken; een referendum over het Actieplan Luchtkwaliteit. De Gemeente Utrecht kan zich opmaken voor de volgende ronde.
|


