VANDAAG zondag, 20. mei 2012
UvA versus VU
donderdag, 24 september 2009 12:11

VU-studenten zijn provincialen en gereformeerden, op de UvA combineren elitaire Gooise r’etjes een wollige studie met een intensief nachtleven. In hoeverre kloppen deze stereotyperingen?

Door Luuk Nijman en Eva Heijmans

Als belangrijkste verschil wordt vaak religieuze levensbeschouwing genoemd. De UvA heet vrijzinnig te zijn, de VU is van oorsprong gereformeerd en draagt tegenwoordig het predicaat oecumenisch. Artikel 1 van de statuten van de VU vermeldt dat “de universiteit stelt ten doel stelt al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te richten op het dienen van God en Zijn wereld”. Duidelijke taal, maar ook op de VU is de laatste jaren de secularisering binnengeslopen. Bijeenkomsten worden niet meer standaard door gebed vooraf gegaan en vorig jaar is de bibliotheek, op proef, een aantal keren op zondag geopend geweest. Een bepaalde mate van religiositeit is nog steeds merkbaar. Onlangs zijn bijvoorbeeld een aantal gebedsruimten opengesteld. Bovendien is bijna een kwart van de VU-studenten van allochtone afkomst. Een groot deel hiervan is moslim. Op de UvA bedraagt het percentage allochtone studenten slechts vijftien procent, bijna de helft minder. Volgens Hanneke van der Heijden, die na haar bachelor antropologie aan de VU overstapte naar politicologie aan de UvA, is die diversiteit kenmerkend voor de VU: “De etnische diversiteit is een stuk kleiner op de UvA. Maar de UvA is weer beter in het aantrekken van buitenlandse studenten. Die zie je heel weinig op de VU.”

Daarnaast draagt de VU het cliché dat een groter deel van de studenten thuiswonend is. Kirsten Peetoom, die een studie geschiedenis begon aan de UvA maar na het eerste jaar switchte naar gezondheidswetenschappen aan de VU, vindt dat het best meevalt: “Van het beeld dat de VU-student nog lang thuis woont merk ik weinig. Veel medestudenten komen uit het hele land en als je in Brabant woont ga je niet heen en weer reizen. Toen ik op de UvA zat waren mijn medestudenten veel vaker afkomstig uit Amsterdam en woonden zij nog thuis.” Onderzoek van de Gemeente Amsterdam bevestigt dit: van de zesdejaars UvA-studenten woont tweederde in Amsterdam tegenover minder dan de helft voor de VU.

Welke universiteit is er nou eigenlijk ‘objectief’ gezien de beste? Als je toonaangevende internationale ranglijsten moet geloven, dan is daar weinig zinnigs over te zeggen. In de prestigieuze Shanghai Academic Ranking of World Universities bijvoorbeeld zijn de VU en de UvA beide op de gedeelde 101-151 plek te vinden. In de ranking van het Times Higher Education Supplement daarentegen scoort de UvA met een notering op plaats 53 beduidend beter dan de VU, die het met een positie op plaats 155 moet doen. In de recent ontwikkelde Leiden Ranking, die volledig gebaseerd is op aantallen publicaties, bezetten de VU en de UvA respectievelijk plaats 15 en 18 in de Europese top. Kleine verschillen dus.

Misschien heeft het meer zin te kijken naar wat studenten er zelf van vinden. Elsevier onderzoekt jaarlijks de tevredenheid van studenten over hun opleiding. Maar ook hier springt er niet één van de twee uit en hangt het vooral af van de opleiding en de criteria. Geneeskunde scoort op de UvA iets hoger, bij Sociologie is dat net omgekeerd. Opvallend is wel dat waar het eindoordeel per opleiding verschilt wat de kwaliteit van het onderwijs betreft, de VU over gehele linie beter scoort op de punten organisatie, communicatie en begeleiding. Hieronder vallen bijvoorbeeld de roostering en het bekendmaken van de tentamenuitslagen binnen de termijn.

Kirsten kan hierover meepraten: “Op de VU heb je meer contacturen en het contact is veel persoonlijker. Docenten gaan meer uit van de student. Ik heb het gevoel dat ze echt hun best doen om het je te laten begrijpen en ze zijn een stuk toegankelijker. Dat miste ik op de UvA. Ook praktische zaken als het contact via mail lopen makkelijker. Ik heb nu gewoon sneller antwoord.” Hanneke ziet vooral verschil in het docentenkorps: “Op de UvA heb je óf heel geleerde professoren, de top in hun vakgebied, óf studentassistenten die werkgroepen geven. Op de VU is het niveau veel constanter, hoogleraren geven ook gewoon werkgroepen.” Ook de organisatie verschilt: “Ik vond het fijn dat op de VU niet wordt gewerkt met semesters, maar dat een jaar bestaat uit 6 blokken,” zegt Hanneke. “Per blok heb je maar twee vakken en ben je intensiever met een onderwerp bezig.”

De UvA en haar studenten verschillen op een aantal punten dus duidelijk van de collega-universiteit aan de Zuidas. Toch is het lastig één universiteit als beter te bestempelen. Kwaliteit verschilt per opleiding en persoonlijke voorkeur speelt daarnaast een grote rol. Of je voor de sfeer van het centrum kiest, voor persoonlijke begeleiding, of dat je juist afgaat op docenten die de top in hun vakgebied vertegenwoordigen, je eigen identiteit zou een grote rol moeten spelen in de keuze voor een universiteit.

 
De hoogste tijd

Waar zou Synthese nu echt eens over moeten schrijven? Mail ons je suggesties!

webredactie@syntheseonline.nl