VANDAAG zondag, 20. mei 2012
Kopenhagen
donderdag, 24 september 2009 12:07

Speciaal voor het zomernummer komt de rubriek Gehuchtengeruchten uit Kopenhagen, waar harde toelatingseisen zijn voor de opleiding Politicologie.

Door Eline van Schaik

De brede lanen en drukke kruispunten doen anders vermoeden, maar de insider laat zich door de verkeersdrukte, kosmopolitische mode en vele uitgaansgelegenheden niet bedriegen: Kopenhagen is een dorp. Het studentenmilieu kan vergeleken worden met dat van Groningen of Leiden, al zijn de hockey en roeisport hier minder prominent vertegenwoordigd. Onder (toekomstige) studenten gaat het gesprek deze dagen over hun eigen lot en toekomst. Toekomstige studenten kregen deze week namelijk te horen of zij waren toegelaten tot hun voorkeursstudie. Het nieuws werd gedomineerd door beelden van zenuwachtige postbodes die brieven met het verlossende bericht rondbrengen, gevolgd door vrolijke of droevige gezichten. Deze gezichten werden dan weer uitgebreid geanalyseerd door ‘experts’, die de jongeren als verwend of, met meer empathie, als zielig bestempelden als zij niet waren toegelaten tot de droomstudie in de voorkeursstad.

Waar in Nederland vooral studies als Geneeskunde, International Business en Psychologie als lotingstudies bekend staan en je bij Politicologie zo mag aanschuiven, is dat in Kopenhagen geheel anders. Dit jaar was een acht gemiddeld de enige garantie voor toelating aan de Politicologiefaculteit. 966 studenten schreven zich in, slechts 221 mogen in september beginnen aan de opleiding.

Anne (21) is net als vele anderen afgewezen voor politicologie. Ze is niet verbaasd, veel kans maakte ze met haar cijfergemiddelde niet. Het is bijna normaal om afgewezen te worden. “Dit was de derde keer dat ik probeerde binnen te komen bij Politicologie. Tussendoor ga ik reizen of probeer ik relevante werkervaring op te doen. Dat geeft me een klein beetje extra kans. Als ik vooraf van die lotingen had geweten, had ik niet met twee vingers in mijn neus het VWO doorlopen, maar had ik beter mijn best gedaan.” Op de vraag of ze niet beter een andere studie kan gaan volgen in plaats van blijven wachten, antwoordt ze: “Nee, desnoods wacht ik nog een aantal jaren voordat ik kan beginnen. Ik wil nu eenmaal politicoloog worden. Bovendien is het hier niet vreemd om pas op je vier-of vijfentwintigste aan een studie te beginnen, er zijn zoveel mensen die jaren achter elkaar meeloten.”

Bij een bezoek aan de faculteit blijkt er een reden te zijn voor deze naar Nederlandse begrippen extreme toelatingseisen. De Deense universiteiten hebben per opleiding een op elkaar afgestemde capaciteit, waardoor zij bij meer of minder vraag niet zomaar de grootte van bepaalde opleidingen kunnen veranderen. Dit zou de werkgelegenheid in kleinere studentensteden ten goede komen, en hoogopgeleide arbeidskrachten min of meer evenredig over het land verspreiden. Uit de werkloosheidscijfers blijkt dat deze redenering verre van op gaat, maar dit weerhoudt provinciale academici er niet van om beschuldigend naar de stadse student te wijzen. Zo schrijft socioloog Johannes Andersen 31 juli in de Deense krant Information: “Jongeren denken slechts aan hun eigen behoeften en in veel mindere mate aan de behoeften van de samenleving. Ze zijn er aan gewend altijd het beste te kunnen kiezen, of het nu om restaurants, concerten of een opleiding gaat. Ze zijn verwend en kinderachtig.” Hierbij moet opgemerkt worden dat de heer Andersen werkzaam is aan de universiteit van het afgelegen Aalborg, waar de vikinghelm pas zeer recentelijk is afgelegd en grote delen van de bevolking hun brood verdienen in de landbouw dan wel in de criminele sector. Bij nader inzien blijkt het dorpse karakter van de hoofdstad dus toch te verkiezen boven de universiteiten in de provincie, net zoals dat in Nederland het geval is.

 
De hoogste tijd

Waar zou Synthese nu echt eens over moeten schrijven? Mail ons je suggesties!

webredactie@syntheseonline.nl