| Interview De Vries |
| donderdag, 24 september 2009 12:17 |
|
In haar debuutjaar als docente Onderzoeksmethoden ontving Catherine de Vries direct het ‘onderwijslieverdje van 2009’ voor haar enthousiaste manier van doceren. Bovendien is de Vries succesvol onderzoekster; vorig jaar won ze de prestigieuze Veni-subsidie voor (vervolg)onderzoek naar de politisering van Europa in nationale verkiezingen. Reden te over voor een gesprek. Door Rosanne Goderie Een groot deel van de CV van De Vries is tot stand gekomen in het buitenland. Al als Politicologiestudente, ingeschreven aan de UvA, deed ze haar meeste vakken in Berlijn, waar zij onderzoek deed naar opvattingen over democratie in Oost- en West-Duitsland. Haar promotieonderzoek inzake de politisering van Europa vond gedeeltelijk plaats aan de universiteit van North Carolina in Chapel hill. De voedingsbodem voor haar internationale oriëntatie ligt in Noorwegen waar De Vries de laatste twee jaar van haar middelbare schooltijd afmaakte op het United World College. Deze school met 78 nationaliteiten kent een idealistische doelstelling. Leerlingen verrichten naast reguliere vakken sociaal werk voor bijvoorbeeld het Rode Kruis, discussiëren over politieke vraagstukken en worden tegelijkertijd vertrouwd gemaakt met andere culturen. Hoewel “achteraf gezien hier en daar een beetje naïef” beschouwt De Vries dergelijk onderwijs als een plezierige en leerzame ervaring. Het hielp/bood haar de kans haar op jonge leeftijd op eigen benen te staan en, in eigen woorden, “selfsustaining” te worden. In die periode op het World College ontstond niet alleen haar interesse in internationale samenwerking, maar ook haar eerste kritische kanttekeningen daarbij. “Het is allemaal heel mooi, maar je realiseert je ook wel grenzen van zo’n soort ideaal. Mensen trekken meer op met mensen die een vergelijkbare achtergrond hebben. Zelf had ik voornamelijk vrienden uit Scandinavië en de Verenigde Staten.” Een soortgelijke kritische noot kraakt zij later met betrekking tot een door haar veel onderzocht samenwerkingsverband: de Europese Unie. “Het ideaal an sich is mooi; de praktische invulling is een andere vraag”. In het promotieonderzoek dat de Vries in 2006 startte aan de VU richtte zij zich specifiek op Europa, wat vanaf dat moment een terugkerend thema wordt in haar onderzoek. Ze onderzocht onder meer in hoeverre de politisering van Europese kwesties invloed heeft op kiezers in nationale context in een aantal Europese landen. Met name de extremere partijen lijken vruchten te plukken van de Europese discussie door duidelijk stelling (tegen) in te nemen, waar de meer intern verdeelde partijen - zoals in Nederland de PvdA - zich op de vlakte houden in termen van Europa. Catherine heeft in zijn algemeenheid aan een halve vraag genoeg voor een ruim antwoord. Dit geldt ook voor een vraag naar het Nederlandse politiseringsgehalte waarop zijn antwoord op basis van haar dissertatie: “Het Europese debat bestaat in Nederland nog slechts uit ‘ja’ tegen ‘nee’, terwijl in andere Europese landen zoals Denemarken en Engels een gedifferentieerde discussie wordt gevoerd. In deze landen gaat men op bepaalde beleidsterreinen al dan niet mee in Europese samenwerking. Een dergelijke discussie zou ook in Nederland gevoerd kunnen en moeten worden. Het Europese parlement gaat immers helemaal niet over ‘Europa ja/nee, maar over beleid! Nederlandse politici verschuilen zich achter het excuus dat het te moeilijk is om een genuanceerd standpunt over Europa over te brengen aan de kiezer”. Volgens de Vries is een dergelijk beeld wel degelijk te presenteren: “Vertel gewoon wat de voordelen van Europa zijn, maar benoem ook de nadelen. creëer een visie en ga de discussie aan.” Het debat verstomt in Nederland steeds. Dit was bijvoorbeeld na het referendum over de Europese Grondwet en de recente Europese verkiezingen het geval. Volgens de Vries is het bij zo’n belangrijk vraagstuk uit deze tijd noodzakelijk om een positie in te nemen. Door geen stelling te nemen lieg je kiezers in feite voor, zij hebben recht op kennis en op een keuze. Met name middenpartijen laten het op dit punt liggen. “Ik snap op strategisch vlak wel dat zij Europa niet thematiseren maar vanuit democratisch oogpunt ligt hier een verwijt. Middenpartijen laten het op dit terrein over aan de extremen van het spectrum die in de toekomst (naast nationale kwesties) mogelijkerwijs electoraal voordeel kunnen behalen uit Europese issues. Zo zou de PVV electoraal munt slaan uit eventuele toetreding van Turkije.” Catherine pleit aldus voor het opengooien van het Europese debat. Ook de media spelen hier een rol in. Tot dusver lijken zij weinig aandacht aan Europa te besteden omdat het geen sexy onderwerp is. In haar huidige NWO-onderzoek, een follow-up van haar dissertatie, houdt De Vries zich bezig met de politieke communicatie in diverse Europese landen. Ze onderzoekt in welke mate en vanuit welke invalshoek Europa gepresenteerd wordt door politieke partijen en de media en welke effecten dit heeft op kiesgedrag. Er kan een parallel getrokken worden tussen het (ontbrekende) Europese debat en de nationale politieke situatie in Nederland: “Middenpartijen hebben geen heldere visies en missen duidelijke standpunten en eigen probleemdefinities. Wat je ziet bij zowel de Europese integratie als bij nationale kwesties is dat men meespeelt in het spelletje van de ander, geen eigen lijn kiest en de ander niet tot een tegenstander maakt door gewoon te stellen wat men als partij wil. Het Europese verhaal is op veel punten vergelijkbaar met de immigratiekwestie. Het enige verschil is dat immigratie waarschijnlijk een belangrijker thema is voor mensen op straat, zodat partijen vinden dat zij er wel iets over moeten zeggen terwijl zij dat misschien ook liever niet zouden doen net zoals bij Europa. Bij veel middenpartijen mis je gewoon lef. Zij durven niet te praten.” De onderzoeken van De Vries tonen aan dat dit hen naar verwachting electoraat gaat kosten. Het enthousiasme van De Vries zou niet misstaan in de Tweede Kamer. Zij zou het lef van de middenpartijen misschien weer op pijl kunnen brengen. Zelf zegt ze vooralsnog geen politieke ambities te hebben. “Ik zou het directe contact met studenten teveel missen”. De Vries is een sociaal dier dat waarde hecht aan de omgang met mensen en er dus voor waakt dat ze zich teveel tussen de boeken bevindt. Ze probeert daarnaast “in touch” te blijven met het algemene publieke debat. “Ik probeer altijd met een poot in de wetenschap en een poot in de praktijk te staan.” Vanaf dit jaar is ze samen met Wouter van der Brug verantwoordelijk voor de coördinatie van het vak Onderzoeksmethoden (OM) dat volgend een jaar in navolging van K&O een volledige restyling zal ondergaan. De Vries hoopt studenten ervan te kunnen overtuigen de stof bij te houden en zal in dit kader eventueel extra verplichtingen inbouwen. “Op de VU kon ik er meer van uitgaan dat studenten ook daadwerkelijk lazen wat zij moesten lezen en dat wil hier nog wel eens lastiger zijn. Aan de andere kant vind ik wel dat de UvA-student heel kritisch gezind is, overal een mening over heeft en daar goed over nadenkt. Maar, je kan pas kritisch zijn als je het goed hebt gelezen. Dus als men dat nou allebei doet, dan denk ik dat we een groep van ideale studenten hebben.” |


