|
Wanneer Marcel Maussen meer dan drie spelfouten ontdekt krijgt de student een n.a.v.v. (niet aan verplichting voldaan). Moet de opleiding strengere ingangseisen stellen aan studenten?
Door Thijs Bogers
Maussen: “Met meer dan drie spelfouten krijg je bij mij inderdaad een n.a.v.v. Ik probeer deze regel ook breder in de opleiding geaccepteerd te krijgen. Ik werk mee aan een notitie over vaardigheden in de Bachelor met ingangseisen en eindtermen. Ik hecht veel waarde aan schrijfopdrachten als werkvorm binnen de vakken. De student kan hiermee aantonen voldoende te worden uitgedaagd met de lesstof. Je wordt hier immers tot zelfstandig denker opgeleid die zelf zijn wetenschappelijke bagage in tekst kan omzetten. De docent kan zich middels tussentijdse schrijfopdrachten behoeden voor het te laat bemerken dat studenten ergens tijdens de module zijn afgehaakt.”
De hete aardappel
Waarom drie spelfouten, en niet twee of vier, of acht? Maussen: “Drie is inderdaad vrij willekeurig. Er zou eigenlijk een breedgedragen norm voor de hele opleiding moeten gelden. Ik ben door de opleiding wel gesteund in mijn aanpak, maar het geldt wel alleen voor mijn vak. Daar ligt wat mij betreft de crux van het probleem. Aan de universiteit bestaat niet het systeem van de middelbare school, waarbij je alleen overgaat naar de vierde als je het niveau van de derde meester bent. Studenten zijn met een winkelwagentje vakken aan het verzamelen. Wanneer je een module geeft heb je te maken met een bonte verzameling studenten: studenten die halverwege het tweede jaar zitten, studenten die halverwege het derde jaar zitten, studenten van een hele andere studierichting, etc. Het risico wordt dat iedere module een inleidende module wordt en dat er onvoldoende samenhang is en vakken niet op elkaar voortbouwen. Een ander risico is dat het niveau daalt doordat niemand meer precies weet waar de studenten zich eigenlijk zouden moeten bevinden qua vaardigheden en ontwikkeling.”
Wat zou de oplossing kunnen zijn? Maussen: “Ik vind dat daar enige sturing in aangebracht moet worden omdat nu de verschillende modules op zichzelf staande eilandjes dreigen te worden. Het is voor docenten erg vermoeiend om iedere keer weer in onderhandeling met de student te moeten gaan over de gestelde eisen. Voor de student is het ook onduidelijk omdat verschillende docenten verschillende eisen stellen. Daarom pleit ik ervoor dat er duidelijke ingangseisen en eindtermen komen per studiejaar. Het liefst zou ik zien dat we weer gaan werken met het klassieke ‘overgaan’. Wanneer je aan het einde van het jaar niet het gewenste niveau hebt behaald dan vervallen alle vakken en moet het hele jaar overgedaan worden.”
Synthese merkt op dat het voorstel van Maussen erg extreem in de oren klinkt. Maussen pakt hierop twee willekeurige papers van zijn bureau die vol staan met spelfouten, verkeerde zinsconstructies en grammaticale fouten. “Het ergste is nog dat sommige studenten het niet eens zijn met de beoordeling, ze begrijpen de taalfouten niet of vinden het onzin dat hier naar gekeken wordt! Dat is nu juist mijn punt; de hete aardappel wordt doorgegeven van de basisschool naar de middelbare school en vervolgens naar het hbo en de universiteit. Natuurlijk kan ik zo’n paper een punt aftrek geven, maar dan geef ik de hete aardappel weer door want dan slaagt de student wel voor het vak. Dan krijgen we Masterscripties vol met spelfouten. Uiteindelijk tast het de reputatie van de UvA aan wanneer werkgevers sollicitanten krijgen zonder de juiste beheersing van de Nederlandse taal. Daarom zeg ik, bij meer dan drie taalfouten krijg je een n.a.v.v. en ga je het maar over doen.”
Verengelsing
Er wordt steeds meer geklaagd over de ‘Verengelsing’ van het Nederlandse onderwijs. Maussen: “Een module in het Engels geven heeft als voordeel dat je de afzetmarkt vergroot omdat je ook de internationale studenten bereikt. Dat kan voor de opleiding heel gunstig zijn. Zelf ben ik niet zo’n voorstander van onderwijs in het Engels. De situatie ontstaat dat we als non-native speakers onder elkaar zijn; een Nederlandse docent met Nederlandse, Italiaanse, Franse en Duitse studenten. Daar wordt het Engels niet beter op. Gezien het taalniveau van het Nederlands zou daar meer aandacht naar uit moeten gaan. Maar ook voor het Engelstalig onderwijs geldt, er moet een ondergrens komen. Wat is het gewenste niveau? Als daar niet aan wordt voldaan dan geen punten eraf, maar een rode streep erdoorheen.”
Workshops
Hoe kan de opleiding studenten helpen die nu met taalproblemen kampen? Maussen: “Doordat een studiejaar in de Bachelor fase steeds meer gecomprimeerd wordt in negen maanden, houden studenten meer tijd over tussen de semesters. Het lijkt mij een goed idee om in de maanden december/januari en mei/juni, bepaalde workshops aan te bieden aan studenten. Denk aan schrijfvaardigheid, powerpoints maken, presenteren, debatteren. Studenten kunnen nu zelf ook kiezen om een training te volgen, maar het lijkt mij zinnig wanneer je dat als opleiding zelf gaat verzorgen. Daarmee verlicht je ook het werk van de docenten. In het eerste semester geef je als student een presentatie, in het tweede semester is het de bedoeling dat je daarop vooruit gaat. Alleen je hebt te maken met een andere docent en andere werkgroepdeelnemers waardoor die terugkoppeling ontbreekt. Het verzorgen van workshops kan erbij helpen dat die vaardigheden toch optimaal worden ontwikkeld. We moeten af van de pretentie dat al die vaardigheden binnen één module door één docent optimaal aangeleerd kunnen worden.”
REACTIE
Catherine de Vries
Catherine de Vries komt van de VU, waar studenten trouwer lazen dan UvA-studenten. Wekelijkse (mini-)essay’s ter check zouden een optie kunnen zijn om studenten tot lezen te dwingen en een dergelijke ideale club te kweken. De Vries gaat daarbij niet mee in de stringente spellingscriteria van Marcel Maussen door bij meer dan drie spelfouten van beoordeling af te zien. “Drie fouten is natuurlijk een arbitraire grens, maar er moet wel strikt op spelling gecontroleerd worden”. Dit geldt volgens De Vries ook voor een juiste citeerwijze en het samenstellen van een correcte bibliografie, welke zeker in het derde jaar op orde dienen te zijn. “Ik zou het wel wat vinden dat je essay’s niet nakijkt als mensen niet voldoen aan een minimum standaard wetenschappelijke vaardigheden.... zoals men op de VU doet.”
Wanneer studenten (eenmaal) aan deze wetenschappelijke eisen voldoen en aldus een zeker wetenschappelijk niveau beheersen heeft De Vries geen problemen met het brede aanbod aan vakken waaruit studenten zelf hun studiepakket bij elkaar kunnen shoppen. Integendeel. “Ik ben wel blij met die winkelwagen. Een belangrijk element van de UvA is dat er zo gedifferentieerd gestudeerd kan worden. Dat is een van de redenen waarom ik zelf ooit voor de UvA heb gekozen.”
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
|